SPOOR 56

SPOOR 56 - OPVANGTEHUIS EN DAGBEGELEIDINGSCENTRUM VOOR JONGEREN

Een huis en een thuis
Het basisuitgangspunt bij het ontwerp was een thuis te creëren voor deze jongeren en het gevoel van in een instelling te verblijven vermijden. Daarom werd een ruime woning gecreëerd met een indeling zoals een ééngezinswoning: inkomhal, woonkamer en keuken op het gelijkvloers, slaapvertrekken en badkamer op de verdieping. Dit impliceerde ook een aparte inkom voor de administratie en een aparte inkom voor het opvangtehuis,  zodat de jongeren bij het thuiskomen niet langs de administratie dienen te passeren. Door deze strikte scheiding tussen dagbegeleidingscentrum en residentiële opvang, kunnen deze volledig apart van elkaar functioneren.

Een split-level
Om de administratieve diensten toegankelijk te houden werd een deel van de administratie op het niveau van het terrein gesitueerd, waardoor een split-level ontstaat. Op de verdiepingen, waar de slaap- en badkamers zijn, zorgt deze split-level voor een gevoel van kleinschaligheid en huiselijkheid.
Dankzij deze split-levels brengen we ook variatie in het bouwvolume. Verschuivende volumes, terugspringende gevelvlakken,... dit alles draagt bij tot een vormentaal die past in de context van de omliggende villa's. De gevelopbouw en de raamverdeling zorgen dat het administratieve gedeelte niet expliciet afleesbaar wordt, maar deel uitmaakt van een grote woning. Om de villa-stijl te benadrukken wordt gekozen voor een klassieke baksteen met betonnen dorpels en luifels die de ingangen accentueren en het lijnenspel vervolledigen.

Een huis met een tuin
Om een huiselijke sfeer te bekomen, is ook het contact met de tuin vanuit de leefruimtes van essentieel belang. Daarom werd beslist om het gebouw een half verdiep in het terrein te schuiven, zodat beide functies contact houden met de groene omgeving. Hierdoor wordt een bel-etage woning gecreëerd waarbij het gelijkvloers op een halve verdieping boven het terrein gebouwd wordt. In deze bel-etage wordt het residentiële opvanghuis gesitueerd.
Het tweede luik, het dagbegeleidingscentrum, is een halve verdieping in het terrein verzakt.
Om een maximale zonnetoetreding en uitzicht vanuit de leefruimtes te garanderen, werd het terrein achteraan uitgegraven. Zo ontstaat een zachte, glooiende overgang tussen leefruimte en tuin. Door het hoogteverschil in de verschillende zones van de tuin, wordt op natuurlijke wijze een scheiding gecreëerd. Hierdoor hebben beide luiken een aparte zone in de tuin, wat bijdraagt tot de onafhankelijke werking van de 2 luiken.

 

Comments are closed.